Wat zijn de verplichtingen rondom softwarekwaliteit bij NIS2 en DORA voor jouw organisatie?

Open nalevingsbinder met EU-regelgevingszegel op glazen bureau naast laptop met softwaretestresultaten, modern kantoor.

Organisaties die onder NIS2 of DORA vallen, zijn verplicht om aantoonbaar grip te hebben op de kwaliteit en beveiliging van hun software en ICT-systemen. Dat betekent concrete maatregelen op het gebied van risicobeheer, continuïteit en het testen van systemen. Of jouw organisatie nu in de financiële sector opereert of kritieke infrastructuur beheert, beide regelgevingen stellen eisen die verder gaan dan papieren beleid. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over NIS2, DORA en softwarekwaliteit, zodat je weet waar je aan toe bent. Heb je vragen over jouw specifieke situatie? Neem gerust contact met ons op, dan helpen we je graag verder.

Welke sectoren vallen onder NIS2 en DORA?

NIS2 geldt voor organisaties in zogenoemde essentiële en belangrijke sectoren, waaronder energie, transport, drinkwater, digitale infrastructuur, gezondheidszorg en overheid. DORA richt zich specifiek op de financiële sector: banken, verzekeraars, beleggingsinstellingen, betalingsdienstverleners en hun kritieke ICT-aanbieders vallen onder deze verordening.

Het onderscheid is belangrijk: NIS2 is een Europese richtlijn die in Nederland via nationale wetgeving is ingevoerd en een breed scala aan sectoren raakt. DORA is een Europese verordening die rechtstreeks van toepassing is op financiële entiteiten en hun technologieleveranciers, zonder tussenkomst van nationale omzetting.

Veel organisaties realiseren zich niet dat ze mogelijk onder beide regelgevingen vallen. Een bank die ook digitale infrastructuur beheert, of een ICT-leverancier die financiële instellingen bedient, kan te maken krijgen met verplichtingen vanuit zowel NIS2 als DORA. Het is dus essentieel om eerst vast te stellen welke regelgeving op jouw organisatie van toepassing is, voordat je aan de slag gaat met compliance.

Wat eisen NIS2 en DORA concreet op het gebied van softwarekwaliteit?

Zowel NIS2 als DORA eisen dat organisaties aantoonbare maatregelen nemen om de integriteit, beschikbaarheid en beveiliging van hun systemen te waarborgen. Dit omvat het identificeren van kwetsbaarheden in software, het testen van systemen op weerbaarheid en het documenteren van bevindingen en herstelmaatregelen.

Concreet betekent dit voor softwarekwaliteit onder andere:

  • Periodiek uitvoeren van kwetsbaarheidsscans en penetratietests
  • Beheren van software-updates en patches op een gestructureerde manier
  • Documenteren van testresultaten en aantonen dat risico’s zijn aangepakt
  • Borgen van continuïteit via herstelplannen en back-upstrategieën
  • Testen van bedrijfskritische processen op beschikbaarheid en prestaties

DORA voegt daar bovenop de verplichting toe om Digital Operational Resilience Testing (DORT) uit te voeren. Financiële instellingen van enige omvang zijn verplicht om jaarlijks Threat-Led Penetration Testing (TLPT) te laten uitvoeren door gecertificeerde partijen. Dit gaat dus verder dan een standaard pentest: het simuleert gerichte aanvallen op basis van actuele dreigingsinformatie.

Hoe verschilt DORA van NIS2 als het gaat om ICT-risicobeheer?

Het belangrijkste verschil is de diepgang en de reikwijdte van de vereisten. DORA schrijft een uitgebreid ICT-risicobeheerkader voor met gedetailleerde eisen voor identificatie, bescherming, detectie, herstel en lering. NIS2 stelt vergelijkbare doelen, maar laat meer ruimte aan organisaties om zelf invulling te geven aan de maatregelen.

DORA verplicht financiële entiteiten bovendien om alle afhankelijkheden van externe ICT-aanbieders in kaart te brengen en contractueel vast te leggen. Kritieke leveranciers worden direct onderworpen aan toezicht door Europese toezichthouders. Dat is een uniek element dat in NIS2 niet in deze vorm terugkomt.

NIS2 legt meer nadruk op meldplichten bij incidenten en op samenwerking tussen lidstaten en sectoren. Organisaties moeten significante incidenten binnen 24 uur melden bij de bevoegde autoriteit en binnen 72 uur een volledig rapport aanleveren. Beide regelgevingen verwachten dat organisaties hun ICT-risicobeheer continu verbeteren en kunnen aantonen dat ze dit doen.

Welke rol speelt testautomatisering bij NIS2- en DORA-compliance?

Testautomatisering speelt een cruciale rol bij het voldoen aan NIS2 en DORA, omdat het organisaties in staat stelt om snel, herhaalbaar en aantoonbaar te testen. Geautomatiseerde tests maken het mogelijk om bij elke softwarewijziging direct te verifiëren of systemen nog steeds veilig en stabiel functioneren, wat handmatig testen eenvoudigweg niet bijhoudt in een DevOps-omgeving.

Compliance vereist niet alleen dat je test, maar ook dat je kunt bewijzen dat je getest hebt. Testautomatisering genereert automatisch rapportages en logbestanden die als bewijs dienen bij audits en toezichthouderscontroles. Dit is precies waarom een zorgeloze teststrategie zo waardevol is: structureel, herhaalbaar testen geeft je de controle en inzichten die toezichthouders verwachten.

Daarnaast maakt testautomatisering het mogelijk om performance- en regressietests frequent uit te voeren, zodat kwetsbaarheden of prestatiedegradatie vroeg worden gesignaleerd. In een Shift-Left aanpak worden deze tests al vroeg in het ontwikkelproces geïntegreerd, wat de kans op dure herstelwerkzaamheden achteraf sterk vermindert.

Wat zijn de gevolgen als jouw organisatie niet voldoet aan NIS2 of DORA?

De gevolgen van niet-naleving van NIS2 of DORA zijn aanzienlijk. Onder NIS2 kunnen toezichthouders boetes opleggen tot 10 miljoen euro of 2% van de wereldwijde jaaromzet voor essentiële entiteiten. Voor belangrijke entiteiten liggen de maxima op 7 miljoen euro of 1,4% van de omzet. Daarnaast kunnen bestuurders persoonlijk aansprakelijk worden gesteld.

DORA kent vergelijkbare handhavingsbevoegdheden voor nationale financiële toezichthouders zoals De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten. Bij ernstige overtredingen kunnen toezichthouders ook operationele beperkingen opleggen, wat direct invloed heeft op de bedrijfsvoering.

Naast financiële sancties brengt niet-naleving reputatieschade met zich mee. Klanten, partners en aandeelhouders verwachten dat organisaties in kritieke sectoren hun digitale weerbaarheid serieus nemen. Een incident dat had kunnen worden voorkomen met adequaat testen, leidt niet alleen tot directe schade, maar ook tot langdurig verlies van vertrouwen.

Waar begin je met het verbeteren van softwarekwaliteit voor NIS2 en DORA?

Begin met een grondige inventarisatie van je huidige ICT-landschap en testpraktijken. Breng in kaart welke systemen bedrijfskritisch zijn, welke risico’s je hebt geïdentificeerd en hoe je nu test. Vanuit die nulmeting kun je bepalen waar de grootste hiaten zitten ten opzichte van de eisen van NIS2 of DORA.

Een praktische aanpak bestaat uit de volgende stappen:

  1. Bepaal welke regelgeving op jouw organisatie van toepassing is
  2. Voer een gap-analyse uit op je huidige testprocessen en documentatie
  3. Prioriteer kwetsbaarheden op basis van risico en impact
  4. Implementeer geautomatiseerde tests voor bedrijfskritische processen
  5. Stel een rapportagestructuur in waarmee je compliance kunt aantonen
  6. Zorg voor regelmatige evaluatie en bijsturing van je teststrategie

Wij helpen organisaties in uiteenlopende sectoren bij precies deze stappen: van strategie tot uitvoering, en van testautomatisering tot performance testing. Of je nu net begint of je bestaande aanpak wilt versterken, samen zetten we de juiste stappen. Neem contact op en we kijken graag met je mee naar de beste route naar NIS2- en DORA-compliance.

Veelgestelde vragen

Hoe weet ik of mijn organisatie onder NIS2, DORA of beide regelgevingen valt?

Controleer eerst in welke sector je actief bent en welke diensten je levert. Val je onder de financiële sector (zoals een bank, verzekeraar of betalingsdienstverlener), dan is DORA van toepassing. Beheer je kritieke infrastructuur of lever je digitale diensten aan essentiële sectoren, dan geldt NIS2. ICT-leveranciers die financiële instellingen bedienen, kunnen onder beide regelgevingen vallen — voer daarom altijd een gerichte scope-analyse uit of laat je adviseren door een specialist.

Wat is het verschil tussen een reguliere penetratietest en de TLPT die DORA vereist?

Een reguliere penetratietest is een gestandaardiseerde technische test waarbij bekende kwetsbaarheden worden opgespoord. De Threat-Led Penetration Testing (TLPT) onder DORA gaat verder: het simuleert gerichte aanvallen op basis van actuele dreigingsinformatie die specifiek relevant is voor jouw organisatie en sector. TLPT moet worden uitgevoerd door gecertificeerde externe partijen en vereist nauwere betrokkenheid van toezichthouders, waardoor het een aanzienlijk zwaarder en grondiger proces is.

Welke documentatie moet ik kunnen overleggen bij een audit door een toezichthouder?

Toezichthouders verwachten onder meer testrapportages, logbestanden van uitgevoerde tests, risicoanalyses, herstelplannen en bewijs dat geïdentificeerde kwetsbaarheden daadwerkelijk zijn aangepakt. Testautomatisering is hierbij een groot voordeel, omdat het automatisch gestructureerde rapportages genereert die als auditbewijs dienen. Zorg er ook voor dat je documentatie actueel is en de volledige testcyclus dekt — van planning en uitvoering tot bevinding en herstel.

Wat is een veelgemaakte fout bij het voorbereiden op NIS2- of DORA-compliance?

Een veelgemaakte fout is het behandelen van compliance als een eenmalig project in plaats van een continu proces. Organisaties investeren in een initiële audit of pentest, maar vergeten daarna structureel te testen en te documenteren. Beide regelgevingen vereisen aantoonbare, doorlopende inspanning — niet alleen een momentopname. Een andere veelvoorkomende valkuil is het onderschatten van de keten: ook afhankelijkheden van externe ICT-leveranciers moeten in kaart zijn gebracht en beheerd worden.

Hoe integreer ik compliance-gericht testen in een bestaand DevOps- of Agile-proces?

De meest effectieve aanpak is een Shift-Left strategie waarbij beveiligings- en kwaliteitstests zo vroeg mogelijk in de ontwikkelcyclus worden geïntegreerd, bijvoorbeeld als onderdeel van je CI/CD-pipeline. Voeg geautomatiseerde regressie-, performance- en beveiligingstests toe aan elke build, zodat afwijkingen direct worden gesignaleerd. Koppel testresultaten aan een centrale rapportagetool zodat compliance-bewijs altijd up-to-date en traceerbaar is — dit maakt audits aanzienlijk eenvoudiger.

Moeten ook kleinere organisaties volledig voldoen aan NIS2 en DORA, of gelden er uitzonderingen?

NIS2 maakt onderscheid tussen 'essentiële' en 'belangrijke' entiteiten, waarbij de drempelwaarden gebaseerd zijn op omvang en sector. Micro- en kleine ondernemingen zijn in veel gevallen uitgezonderd, tenzij ze een bijzonder kritieke rol vervullen. DORA kent eveneens een proportionaliteitsbeginsel: kleinere financiële entiteiten mogen een vereenvoudigd ICT-risicobeheerkader hanteren. Het is echter verstandig om niet blind op uitzonderingen te vertrouwen — laat je situatie toetsen aan de actuele nationale implementatie van de regelgeving.

Hoe lang duurt het gemiddeld om een organisatie NIS2- of DORA-compliant te maken?

Dat hangt sterk af van de volwassenheid van je huidige testprocessen, de complexiteit van je ICT-landschap en de omvang van je organisatie. Organisaties die al werken met gestructureerde testprocessen en documentatie, kunnen in enkele maanden de grootste hiaten dichten. Voor organisaties die van nul beginnen, is een realistische tijdlijn eerder zes tot twaalf maanden. Een gap-analyse aan het begin geeft snel inzicht in de omvang van het traject en helpt je prioriteiten te stellen.

Deze inhoud is gegenereerd met behulp van AI en kan fouten bevatten.

Vond je dit artikel interessant? Deel het op social media!